Articles

Het Oogsten van Gezondheid

par Zubin Zarthoshtimanesh

“Mogen wij, alstublieft, ook van die oefeningen doen als u doet,” vroegen schoolgaande kinderen uit de buurt wanneer ze in mijn hut, die slechts één kamer heeft, naar binnen gluurden en zij mij asana’s zagen doen. Deze onschuldige vraag was datgene waarop Brahmachari Rudra Dev had gewacht gedurende de laatste zoveel maanden. “Op deze wijze werden de zaden van de belangstelling voor deze yogalessen gezaaid.”

Welkom in een klein dorp, Kaliggari, in het Shimoga-district dat gelegen is in het hart van Karnataka, in Zuid-India (welke ook de geboortestaat is van onze Guruji). De dichtstbijzijnde gemeente is Jade (spreek uit: ‘Djedee’) en het dorp ligt tevens op drie tot vier kilometer van een historische tempelstad die Banavasi heet; deze stad herbergt een van de oudst bewaarde tempels, Madhukeshwar (deze kan worden getraceerd tot de twee eeuw AD). Vanuit het oogpunt van een yogareiziger is de Madhukeshwar een interessante plaats; vele yogasana’s, zoals virasana, baddhakonasana, garudasana, kunnen worden herkend in de ornamentiek van de tempelbeelden. Het is ook een pelgrimsoord voor de aanbidders van Allamaprabhudeva, een 12de-eeuwse yogi van wie werd verteld dat hij een incarnatie was van de Heer Shiva.

Dit bescheiden en pretentieloos dorp is nu het toneel voor een uniek experiment dat werd geïnitieerd door Rudra, een inboorling van dit gehucht die ook een Iyengar leraar is (zijn engagement als leraar heeft hem naar Rishikesh, waar hij leiding geeft aan een Iyengar Yoga Centrum, gevoerd). In 1998 – als onderdeel van de boodschap die uitging op zijn tachtigste verjaardag – drukte Guruji de wens uit dat yoga tot in de dorpen verspreid zou worden, en hij stelde dat, indien hij zou reïncarneren, hij de draad van deze zaak weer op zou pikken.

Wat Guruji toentertijd nog niet wist was dat Rudra in het dorp Kalligari deze zaak reeds had aangevangen. De bedoeling om “door middel van yoga sociale cultuur om te vormen tot spirituele cultuur”, zoals Rudra het verwoordt, kwam ongeveer vijf jaar geleden aan de oppervlakte. Het is de doelstelling geweest van de Rudra’s familie om “mensen te dienen” en Rudra wou zich ervan vergewissen dat deze cultuur behouden werd; wat kon dan beter zijn dan de mensen in het dorp te introduceren tot de yoga. In die tijd, toen de gedachte om de dorpsmensen en de lokale boeren te helpen voor het eerst in hem opkwam, verscheen ook het idee om deze mensen samen te brengen om te bidden en om fysieke en morele gezondheid te bediscussiëren. In de zomer bracht hij suggesties voor oplossingen voor waterproblemen naar voren en zo werd zo in meer algemene zin deel van hun levens.

Yoga was niet echt bekend onder de lokale bevolking. Ze waren vergroeid met hun dagelijkse problemen. De boeren waren niet bijzonder arm, maar ze waren zeker ook niet welvarend. Ze hadden hun problemen en fysieke kwalen – vooral rugproblemen kwamen veel voor en sommigen werden geteisterd door polio.

“Dingen begonnen echt te veranderen vanaf de dag dat sommigen van de kinderen mij in mijn kamer de asana’s zagen beoefenen,” zo herinnert Rudra zich. “Ik gaf de kinderen vervolgens les in hun speelpauzes, en ik denk dat andere mensen mij toen zagen en geïnteresseerd zijn geworden. Ik wou hen niet forceren en was bereid te wachten totdat zij mij zouden vragen,” vertelt hij.

Kort daarna benaderden de dorpelingen hem om in het dorp enkele yogalessen op te starten. Er werd besloten een vierdaagse yogakamp te organiseren en van de ene dag op de andere meldden zich zestig mannen en dertig tot veertig vrouwen aan voor de yogalessen. Sindsdien is het yogakamp een jaarlijks attractie geworden en de regelmatige yogalessen gingen kort nadien van start. Deze vroege studenten ontdekten algauw de voordelen van yogaoefeningen. Hun fysieke problemen namen af en de yoga verschafte hen ook morele gezondheid. Informatie over deze lessen verspreidde zich snel via mond-tot-mond-reclame.

De overdonderende respons van de lokale bevolking spoorde Rudra aan tot het bouwen van een yogahal, compleet met dekens, touwen, riemen, stoelen, blokken en een verstelbare oefenbank. Zelfs de afbeelding van Patanjali (aan hen gegeven door Guruji) werd daar – gedurende de Dattatreya Jayanti van 22 December, 1999 – opgehangen ter complettering van de sfeer.

Heden ten dage zijn er 25 tot 30 studenten, voornamelijk lokale boeren; aangezien de mare zich heeft verspreid zitten er ook boswachters en professoren en leraren tussen van een nabij gelegen college.

Deze plek heeft nu een naam – Yoga Vanashram – en de naam betekent ‘natuurlijke verblijf voor yoga’ (van = ‘bos’ of ‘natuurlijke omgeving’ en ashram = ‘verblijf’ of ‘kluizenaarsoord’) . Voor Rudra is dit “een klein en waardevol experiment waarmee niet slechts de fysieke en spirituele gezondheid van deze dorpelingen gemoeid is, maar waarmee deze mensen ook, middels de principes van yoga, een ethos van ecologisch behoud en zelfvoorzienendheid kan worden bijgebracht.

“Welk project dan ook zou alle bezielde wezens, en niet uitsluitend mensen, moeten dienen,” zo legt hij uit. Een bord dat hangt aan de buitenkant van de spiegels van de yogahal weerspiegelt zijn gedachten: ‘Prakriti Rakshato Rakshatah’ – ‘zij die de natuur beschermen worden beschermd door de natuur’. In een wereld waarin natuurlijke bronnen snel worden opgebruikt, en waarin zestig procent van de bossen zijn vernietigd, zijn de inspanningen van Rudra als een frisse ademteug.

Net zoals de ‘Shantiniketan’ van Rabindranath Tagore vele soortgelijke experimenten voortbracht, zo kan er ook worden gehoopt dat mettertijd dit klein project een model wordt voor vele van zulke inspirerende ondernemingen.

Dit artikel is met toestemming van de uitgevers overgenomen uit Yoga Rahasya Vol. 8, Nr. 1, 2001.